Detail

177 ENKA (Nederlandse Kunstzijdefabriek)

Bestandsnummer177
Originelen in beheer bijGemeentearchief Ede

  •  Inleiding - Algemeen
    • In het midden van de negentiende eeuw neemt de vraag naar textiel toe. De stoffen die worden gebruikt voor de vervaardiging van textiel zijn duur. Daarom zoeken wetenschappers een goed en goedkoop alternatief. De uitvinding van kunstzijde aan het einde van de negentiende eeuw is de oplossing voor het probleem.

      Op 8 mei 1911 wordt de NV Nederlandse Kunstzijdefabriek, ENKA, officieel opgericht. Voor de vestiging wordt Arnhem gekozen om de goedkope grond, het goedkope water en de gunstige ligging ten opzichte van Duitsland, een mogelijk exportland. In 1913 is de eerste productie een feit. In 1913 start Jacques Coenraad Hartogs in Arnhem de Nederlandse Kunstzijde-fabriek en weet na één jaar deze fabriek al rendabel te maken. Vele arbeiders die werkten aan de bouw van de ENKA worden werknemer in de fabriek. Hartogs zelf leert zijn mensen het spinnen van de garens. De heer Hartogs is een bijzondere man, een man met een visie op ondernemen. Met de komst van ENKA naar Ede, wordt Ede met sneltreinvaart het industriële tijdperk in gebracht. De kunstzijdefabriek (viscose) is gestart op een vinding waar de voormalige werkgever van Hartogs, hij werkte als chef fabricage in de Kunstzijdefabriek van Courtauld in Coventry, geen toekomst in zag. Het nieuwe procedé voor het spinbad wordt de basis voor de NV Nederlandse Kunstzijdefabriek ENKA in Arnhem.

  •  Inleiding - Geschiedenis van de Enka fabriek te Ede
    • In augustus 1919  hebben directeur dr. J.C. Hartogs en burgemeester dr. C.O.Ph. Creutz van Ede een bespreking over de eventuele vestiging van een kunstzijde fabriek in Ede. Dat er gekozen wordt voor Ede komt door een aantal gunstige factoren: goede kwaliteit van het grondwater, bouwlocatie langs het spoor en relatief goedkope grond. Twee factoren vormen een uitdaging voor Hartogs: er moet voldoende geschikt fabriekspersoneel gevonden worden en de afvoer van spoelwater van de fabriek moet goed georganiseerd worden.

      De Nederlandse Kunstzijdefabriek wil het fabriekspersoneel huisvesten in 300 arbeiderswoningen, nabij de fabriek in Ede-Zuid, waarbij Hartogs de medewerking van de gemeente Ede vraagt om deze te bouwen. De afvoer van spoelwater kan via een open riool langs het spoor in de richting van de Grift nabij Veenendaal.

      Op 20 augustus 1919 passeert de akte waarbij de Nederlandse Kunstzijdefabriek eigenaar wordt van het bouwterrein voor de nieuwe fabriek. Twee dagen later schrijft de burgemeester: “B&W van Ede hebben besloten aan den Raad voor te stellen gunstig op Uw verzoek te beschikken”. Wel moeten de arbeiderswoningen in de vorm van een tuindorp worden gerealiseerd.

      De opdracht voor de bouw van de fabriek gaat naar bouwkundig ingenieur jhr. J.W. van den Bosch. Hij tekent het ontwerp en is ook uitvoerder van het project. Hij ontwerpt het pand als een vesting met torens op de hoeken. Het hoofdgebouw van de fabriek wordt gevormd door vier gesloten vleugels met op elke hoek een toren. In het hart van deze carré staat de kolencentrale met een schoorsteen van 75 meter. De technische werkplaatsen zijn rond het carré geplaatst. Rechts van de hoofdpoort komt de cellulose binnen, die in de U-vorm van het complex het hele productieproces doorloopt. Uiteindelijk verlaat het eindproduct links van de poort de fabriek. De stijlkenmerken behoren tot de Nieuwe Zakelijkheid. De bouw vindt plaats in de jaren 1920 en 1921. Vanaf 20 januari 1922 is de fabriek in bedrijf.

      De heer Hartogs koopt het Parkhotel en jachthuis 'De Reehorst' op 8 november 1921 voor tijdelijke huisvesting van werknemers. Na de bouw van de arbeiderswoningen door Woningbouwvereniging 'Vooruit' is dit probleem opgelost.

      De fabriek in Ede is vanaf het begin een spoelenspinnerij geweest. De fabriek zou bijdragen aan de bloei van de ENKA door de twijnerij tot ontwikkeling te brengen waardoor een groter assortiment in garentypen ontstaat. Dit uitgebreide assortiment eist ook een uitgebreide sorteerafdeling. De garentypen worden in strengen verkocht en honderden vrouwen en meisjes worden aangetrokken om de strengen te sorteren. Zij komen uit heel Nederland met de bus en met de trein. Voor het busvervoer wordt een aparte maatschappij opgericht, de maatschappij tot exploitatie van autobussen (EVA). Eind jaren ’20 vindt de overgang plaats van het strengen haspelen naar het spoelen van garen op conisch gevormde hulzen. De conerij vereenvoudigt de sorteerderij. Het fijne handwerk van strengen splitsen, sorteren en inpakken verdwijnt door machinewerk.

      In 1924 wordt een klein laboratorium ingericht waarbij men aan de hand van experimenten de problemen in het productieproces probeert op te lossen. Ook wordt er dat jaar een eerste uitbreiding gerealiseerd: nieuwe kleed- en schaftlokalen voor de vrouwelijke werkneemsters. Deze vrouwen worden met bussen van en naar de fabriek vervoerd. Voor het onderhoud van deze bussen en bedrijfswagens wordt er in 1926 een garagecomplex gebouwd. In 1928 volgt de uitbreiding met de Westhal en het verbindende Poortgebouw.

      De vraag naar kunstzijde neemt toe en de Raad van Commissarissen besluit om in 1928 een nieuwe productie-eenheid te bouwen. Er komt een L-vormige westvleugel. Samen met een derde gebouw ontstaat een tweede binnenplaats.

      De noordwestelijke hoektoren is in het nieuwe gebouw opgenomen zodat de ingang nu aan de Parallelweg ligt. De geplande uitbreiding van 1929 gaat onder andere niet door vanwege de crisis. Op 1 juli 1930 wordt het ‘Enka Pensioenfonds’ opgericht. Twee jaar later volgt de eerste Collectieve Arbeids Overeenkomst voor personeel in uurloon. In de jaren 1932-1933 voltrekt zich het rationaliseringsproces met onder andere de invoering van de persbleek, die de uitvoerige nabehandeling van het garen ondervangt, waardoor de kostprijs kon dalen. Als gevolg van de grote internationale economische crisis in de jaren dertig van de vorige eeuw daalt de productie en loopt het aantal werknemers terug. In 1940 volgt ook nog eens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 wordt de fabricage van melkwol ter hand genomen. Grondstof is de caseïne, gewonnen uit ondermelk. In deze jaren is het afnemen van deze grondstof van betekenis voor de agrarische gebieden, toen de boeren hun ondermelk moeilijk kwijt konden en in de sloten lieten lopen. In 1943 echter wordt de aanvoer van caseïne stopgezet. De voedselvoorziening in Nederland eist de ondermelk op. In 1946 wordt de fabricage van melkwol geheel geschrapt.

      Op 27 augustus 1942 wordt de Enka-fabriek in Ede voor het eerst gebombardeerd. Dit leidt in mei 1943 tot de volledige stopzetting van de productie. Op 17 september 1944 volgt een tweede bombardement met zeer grote schade, ook in de omgeving van de fabriek. Deze schade kan na de oorlog redelijk snel hersteld worden. En zo wordt op 24 september 1945 de productie weer hervat. De periode na de Tweede Wereldoorlog zal worden gekenmerkt door de wederopbouw van de samenleving en daarna door het ter hand nemen van de fabricage van nieuwe producten. In 1947 volgt de productie van de Enka-spons, die op uitnodiging van de Nederlandse regering wordt vervaardigd om de invoer van de dure natuurspons te ondervangen. Al snel is de Enka-spons niet meer weg te denken en verdringt de natuurspons voorgoed. Op 28 september 1948 worden een nieuwe verbandkamer en een nieuw magazijn in gebruik genomen. Het was de eerste nieuwbouw na de Tweede Wereldoorlog. Tevens in 1948 wordt begonnen met de bouw van de continuspinnerij. De directie verwacht na verloop van tijd de 124 gewone spinmachines te kunnen vervangen door continumachines. Dit valt echter tegen. Het continuproces levert wel een regelmatige draad op, maar de draden zijn niet zo mooi als de draden die op de oude spinwijze worden geproduceerd. In 1951 wordt het grote gebouw met kleedlokalen en schaftruimte officieel geopend. In 1952 start Ede met het verkopen van een deel van het garen op scheerbomen. Tot die tijd wordt alleen garen verkocht dat gewikkeld was op conische kruisspoelen. Tot die tijd wordt het garen verkocht aan de textielfabrieken in de vorm van cones van 1700 gram en kruisspoeltjes met ecru- en crepegaren van 400 gram. Op 1 augustus 1952 wordt de eerste spinmachine ingesponnen. De eerste continuspinnerij spoel rolt van de opwikkelmachine.

      Eind jaren ’50 zijn er bij de fabriek in Ede ruim 2.000 werknemers in dienst. Op 14 augustus 1959 wordt de ondernemingsraad geïnstalleerd. In 1961 en 1963 volgt de komst van respectievelijk Italiaanse en Spaanse arbeiders.

      In de jaren ’60 van de vorige eeuw dalen de garenprijzen en wordt de concurrentie van landen buiten Europa voelbaar. De AKU wordt gedwongen op zoek te gaan naar mogelijkheden om het productieproces te verbeteren en de kostprijzen omlaag te brengen. De concurrentie van synthetische garens is al merkbaar. In Ede blijft men rayongaren produceren. In 1971 werkten bij de fabriek in Ede 1.450 mensen en wordt er begonnen met de bouw van de afvalwaterzuivering.

      De vraag naar synthetisch garen stagneert doordat kledingproducenten hun heil zoeken in Azië. Er ontstaat overcapaciteit op de markt en tot overmaat van ramp breekt begin jaren ’70 van de vorige eeuw de oliecrisis uit. Er moet gesaneerd worden. De markt voor viscose stort tijdens de jaren 80 en 90 geheel in met als gevolg dat de productie terugloopt. Na diverse reorganisaties in de jaren ’90 blijft de fabriek desondanks toch met verlies draaien. De fabriek wordt in 2002 stopgezet.

      Met het sluiten van de Enka-fabriek in Ede in 2002 verdwijnt de laatste vestiging van de kunstvezelfabrikant in Nederland. De viscose producent die zijn naam aan de Enka-schoonmaaksponsjes gaf was ooit een grote naam in het Nederlandse bedrijfsleven.

  •  Inleiding - Woningbouwvereniging Vooruit
    • Op 3 september 1919 wordt woningvereniging 'Vooruit' opgericht en in november koopt de ENKA kavels grond voor 300 arbeiderswoningen. Ook koopt men 36 arbeiderswoningen aan de 1e en 2e Parkdwarsweg, die echter in slechte staat verkeren. Ook worden er woningen voor het middenkader gebouwd en koopt men villa's voor directieleden.

  •  Inleiding - Enka en naamswijzigingen
    • In 1929 fuseert ENKA met de Duitse firma Vereinigte Glanzstoff Fabriken en is de naam per 15 augustus 1929 omgedoopt naar Algemene Kunstzijde Unie (AKU). Na het overlijden van Hartogs in 1932 heeft ENKA een aantal fusies ondergaan om in 1969 weer ENKA NV te heten. Ondertussen was ENKA onderdeel van het AKZO-NOBEL concern. Een opmerkelijk moment in de geschiedenis van ENKA was Nederlands eerste bedrijfsbezetting tijdens een staking in 1972. Vanaf 31 maart 1988 wordt het bedrijf Akzo-Ede genoemd. De markt voor viscose stortte tijdens de jaren 80 en 90 in met als gevolg de sluiting van de fabrieken in 2002.
  •  Inleiding - Personeelsblad
    • Vanaf 5 mei 1945 wordt het AKU-nieuws verspreid onder het personeel. Van 9 september 1945 tot 1987 heet het blad De Spindop. Er wordt een wedstrijd gehouden om het blad een nieuwe naam te geven en van 1988-2000 heet het blad De Nieuwsboom. Het blad stopt om dat er onvoldoende kopij is. Het personeel wordt na 2000 via een muurkrant op de hoogte gehouden van het wel en wee in en om het bedrijf.
  •  Inleiding - Zwembad

    • Omdat er in omliggende dorpen al zwembaden zijn, kan Ede niet achterblijven. Maar ondanks een ingediende motie in 1925 duurt het tot 1931 voordat de bouw begint. Op 13 april 1931 wordt het perceel aan de AKU verkocht. Dat jaar kan het L-vormige bad ook open. Het gebruik van het warme water kon door de restwarmte van de fabriek te gebruiken.

      Voor de Tweede Wereldoorlog mocht het bad op zondag tot 12.00 uur open zijn, na de oorlog vanaf 12.00 uur. Na de oorlog wordt het bad uitgebreid met een kinderbad en een ondiep bad voor beginners. Het Enka-bad wordt op 31 augustus1996 gesloten en korte tijd later afgebroken.

  •  Inleiding - Het Reehorst gebouw
    • Het congres- en cultureel centrum ‘De Reehorst’ in Ede geniet landelijke bekendheid. Dat het allemaal begonnen is met een grote villa weten slechts weinigen. En dat de ENKA hierin een grote rol speelt is ook niet algemeen bekend.

      Graaf Godert Willem van Rechteren-Appeltern laat een fraaie, in Zwitserse stijl met veel hout ontworpen, villa bouwen op een klein landgoed aan de Grintweg in de buurt Maanen. De graaf bouwt de villa als vervanging van zijn huis op een landgoed in Renkum. Dit goed, het latere Oranje Nassau Oord, had hij in 1881 namelijk verkocht aan koning Willem III. Renkum heeft niet lang koninklijke ingezetenen gehad: Koningin Emma schonk in 1901 het hele landgoed aan de Vereniging tot Bestrijding van Tuberculose.
      In 1885 komt de villa in Ede gereed en krijgt de naam ‘Reehorst’. Hoe de graaf aan deze naam komt is niet bekend; gedacht wordt aan ‘schuilplaats voor (ree)wild’.

      Graaf van Rechteren heeft slechts vijf jaar in zijn Reehorst gewoond. Hij verkoopt het landgoed aan de Christelijke Vereniging voor Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders. Deze instelling wil er een verpleegtehuis van maken, maar bij nader inzien vindt men de nabijgelegen spoorbaan en het station te onrustig en te gevaarlijk. Daarna heeft het landgoed Reehorst diverse eigenaren gehad, met als laatste de commissaris der Koningin in Gelderland jhr. O.E.G. Quarles van Ufford. Toen deze in 1920 naar Nederlands Indië vertrok, kwam het huis leeg te staan. De grondlegger van de ENKA, dr. J.C. Hartogs, koopt in 1921 op een openbare verkoping de villa, omdat hij logiesruimte nodig heeft om de ENKA-medewerkers van het eerste uur onder te kunnen brengen. Tot 1925 wordt ‘Reehorst’ als pensiongebouw gebruikt.

      Daarna wordt het in gebruik genomen als verenigings- en ontspanningsruimte voor het personeel van de ENKA en vinden er enkele verbouwingen plaats. Er wordt onder andere ruimte gecreëerd voor een biljartclub, een muziekvereniging, zangkoren, een kaatsclub, enzovoort. Tot de jaren ‘30 van de 20e eeuw heeft het gebouw een goede functie, maar het blijft ondanks de aangebrachte verbeteringen ondoelmatig. Ook worden de zalen te klein, zeker toen er ook (stomme) films worden vertoond. Vanaf 27 april 1925 mogen er films vertoond worden. Een strijkje van personeelsleden verzorgt de begeleiding bij de 'stomme' films. Op zaterdagavond moeten de feestjes stipt op 12 uur stoppen, vanwege de zondagsrust. De oude moestuin en kwekerij worden benut door de voetbalvereniging ENKA, waarbij de voormalige stallen dienst doen als kleedruimte. Op het zelfde veld worden tijdens nationale feestdagen volksspelen gehouden, opgeluisterd door de ENKA-harmonie. ENKA is 15 augustus 1929 AKU geworden. In 1930 wordt op het terrein een geheel nieuw verenigingsgebouw gebouwd, waarna de villa werd gesloopt. Dit nieuwe verenigingsgebouw ‘De Reehorst’ is voor die tijd een prachtig en modern gebouw. De grote zaal is geschikt voor toneelvoorstellingen, concerten én als filmzaal. De exploitatie van dit gebouw en de activiteiten komt in handen van de N.V. Vereenigd Industrieel Bezit no. 6 te Arnhem.  Vanaf deze tijd krijgt De Reehorst een streekfunctie en niet meer exclusief voor AKU-medewerkers. Veel Edenaren hebben daar voor het eerst van hun leven een film gezien. In 1933 geeft Het Gelders Orkest voor de eerste keer een concert in De Reehorst. Op de terreinen achter het gebouw komen voetbalvelden en tennisbanen. In de Tweede Wereldoorlog huurt de bezetter het gebouw. Na de bevrijding komen er Canadezen in en worden er weer films vertoont. Begin jaren ‘50 neemt het filmbezoek af. De bioscoopzaal wordt wel gerestaureerd, maar mede door de televisie neemt het bezoekersaantal niet toe.
      In de jaren ’60 loopt het verenigingsleven terug, mede door de komst van de TV. Er ontstaat een jaarlijks exploitatietekort en de AKU wil van het gebouw af. Even is er sprake van dat er zich een puddingpoederfabriek zou vestigen, maar in 1966 wordt De Reehorst voor één miljoen gulden overgenomen door de gemeente Ede.

  •  Inleiding - Buitenlandse werknemers
    • De jaren '60 van de vorige eeuw staan in het teken van de komst van buitenlandse arbeiders. In januari 1961 wordt het pand “Casa Erica” gekocht. Er zijn dan 300 Italiaanse arbeiders aangenomen en een deel wordt vanaf april in dit pand gehuisvest. Als de werkgelegenheid in Italië weer toeneemt, gaat een deel weer terug. In 1963 wordt er ook in Spanje naar arbeiders gezocht en een jaar later wonen er 270 Spanjaarden in “Nuestra Casa”. Alle buitenlandse werknemers zijn verplicht om taallessen te volgen.

      De overheid is nieuwsgierig naar de buitenlandse werknemers en komt een paar keer met hoogwaardigheidsbekleders langs om 'Nuestra Casa” te bezoeken.

      De Spanjaarden zijn tevreden met het werk en de begeleiding, maar kunnen niet wennen aan het Nederlandse eten. Er wordt gekeken of een Spaanse kok dit probleem kan verhelpen. De wasserette voldoet ook niet volgens de werknemers en er komt een was- en droog gebouw.

      In De Reehorst wordt een kleine kantine voor ze ingericht en de hobbyclub stelt haar ruimte inclusief gereedschap ter beschikking aan de Spaanse collega's.

      Eind maart 1972 wonen er nog maar 85 personen in “Nuestra Casa” en zijn er 230 Spanjaarden werkzaam bij de Enka. Per juli 1978 wordt het woonoord gesloten.

  •  Inleiding - Enka-verenigingen
    • Er worden diverse verenigingen opgericht 'ter leering ende vermaeck'. Dr. Hartogs is nauw betrokken met het wel en wee van de verenigingen. Hij steunt diegenen die goed vooruit gaan en stelt voor diegenen op te heffen die er met de pet naar gooien. De eerste vereniging is de ENKA-Harmonie, oprichtingsdatum 6 juni 1924. Jaarlijks geven ze een optreden met bal in De Reehorst. Vanwege verandering in het productieproces wordt het steeds moeilijker voor leden om de repetitieavonden bij te wonen. De harmonie wordt 1 september 1932 opgeheven. Een aantal leden gaat verder met de op 1 juli 1932 opgerichte Edesche Harmonie.

      Voor andere muzikalen is er van 1925-1931 de mandoline-club 'Crescendo'.

      Door de Friese werknemers wordt er een kaatsclub opgericht, die een aantal kampioenschappen wint. Door de verandering in het productieproces wordt ook deze vereniging opgeheven.

      De atletiek- en voetbalclub, de toneelvereniging en de Ren- en Toeristenclub zijn ook een kort leven beschoren. De reddingsbrigade is succesvol maar wordt in de Tweede Wereldoorlog opgeheven. Ook de jazzband en het 'Reehorst Orkest' worden in de Tweede Wereldoorlog opgeheven. Dansclub 'Ons Genoegen' heeft ook niet-werknemers onder de leden.

      Om het morele peil van de baldadige jeugd te laten stijgen wordt er een speeltuinvereniging opgericht. Met een aantal vaders en een financiële tegemoetkoming wordt 5 mei 1928 speeltuin ‘Vooruit' geopend. Tijdens de oorlog worden houten speeltoestellen verbrand, maar de glijbaan blijft gespaard. Na de oorlog wordt alles weer hersteld. In 1980 krijgt de vernieuwde speeltuin een andere naam: ‘De Zanderij’.

      Na de oorlog worden sommige clubs weer opgericht en bij een aantal is het animo weer snel verdwenen. Maar met de tafeltennisclub, de voetbalclub en het Enka-Mannenkoor gaat men jaren door. De tafeltennisclub gaat later op in tafeltennisvereniging ITN, de voetbalclub heet nu Blauw-Geel'55. Het Enka-Mannenkoor heeft in januari 2015 zijn 90-jarig bestaan gevierd.

  •  Inleiding - Verantwoording van de inventarisatie
    • Dit archief heeft archiefnummer 177. Na de sluiting van de Fabriek Ede in 2002, is het in de fabriek nog aanwezige archiefmateriaal overgebracht naar het Gemeentearchief Ede. Dat was ongeveer 12 strekkende meter. Dit archiefmateriaal was eigenlijk meer een documentatieverzameling van archiefbescheiden met betrekking tot de ENKA-fabriek Ede, dan een gestructureerd bedrijfsarchief. De voor blijvende bewaring in aanmerking komende archiefbescheiden van de Fabriek Ede bevonden zich toen al in het concern-archief in het hoofdkantoor te Arnhem.

      Later, in 2012, is nog ongeveer negen strekkende meter archiefmateriaal vanuit het concern-archief te Arnhem overgebracht naar het Gemeentearchief Ede. Dit omvatte vooral archiefbescheiden van de ondernemingsraad van de Fabriek Ede.

      Anno 2015 wordt aan dit archief als gedeponeerd archief het archief van Cultureel Centrum De Reehorst over de periode 1929-1967 toegevoegd. In deze periode fungeerde verenigingsgebouw De Reehorst als het cultureel centrum voor de werknemers van de Fabriek Ede. Dit archief had archiefnummer 191. Het archief heeft een totale omvang van 18 strekkende meter en omvat voor wat betreft het archief van Fabriek Ede 418 inventarisnummers en voor het gedeponeerde archief van Cultureel Centrum De Reehorst 180 inventarisnummers. In totaal dus 598 inventarisnummers. Alle kopieën, dubbelen etc. zijn uit de beide  archieven verwijderd en vernietigd. Het archief is geheel openbaar.

      Het archief is geïnventariseerd door Arjan Molenaar, Herman Verbakel en Liesbeth van Roekel.

      De tekst van de inleiding is voornamelijk uit de volgende boeken van mevrouw Riet Beuker gehaald:
      - ‘Niet bij brood alleen. Sporen van de Enka in de Edese samenleving’, september 2010, ISBN 97890-79623-11-2
      - ‘Kunstzijdefabriek Enka. Tachtig jaren werkgelegenheid en welvaart in Ede’, december 2008, ISBN 97890-79623-03-7
  • Hele toegang (177 ENKA (Nederlandse Kunstzijdefabriek))